In de media

WIJCHEN – Ada Heintzbergen neemt vrolijk plaats aan tafel. Voor haar liggen foldertjes en flyers die nog meer mensen moeten overtuigen van de schoonheid van het countrydansen. Toch heeft ze over interesse niet te klagen. Ada begint volgende week met haar twintigste dansgroepje.

Enthousiaste deelnemers aan één van Ada’s dansgroepjes genieten van country in het jeugdhuis van Woezik. - Foto: Ger Loeffen

 

In 1997 begon het volksdanssprookje van Ada. Als dansleidster van MBVO (Meer Bewegen Voor Ouderen) greep ze de gelegenheid zich toe te leggen op countrydans met beide handen aan.

In april 1997 begon het eerste gezelschap met de cursus.

Niet te moeilijk in het begin. Maar ook later blijft de basis herhaald worden. “Iedereen moet mee kunnen doen. Als mensen gaan zitten, is er iets niet goed. Plezier en het sociale gebeuren staan voorop”, verwoordt Ada. En dus passeren bekende beginnersdansen met fraaie namen als ‘Little Black Book’ en ‘Freeze’ telkens de revue.

Inmiddels leidt Ada dansgroepen in Nijmegen, Beneden-Leeuwen, Alverna, Woezik en Middelaar. Ze wisselen in omvang, van twaalf tot bijna veertig personen. Behalve de bloezen, laarzen en hoeden, ontbreken ook de snorren. Ada schat het percentage mannen in haar klasjes op ongeveer tien procent. “Het zijn vaak dagcursussen. En mannen hebben meestal andere hobby’s”, probeert ze te verklaren.

Het sociale aspect staat centraal en daarom doet Ada alles om eventuele hindernissen weg te nemen. Countrydansen kan zonder partner, vraagt niet om een speciale outfit en kan op diverse tijden en locaties.

Dat neemt niet weg dat het dansen zelf nog best wel wat spanning met zich meeneemt. “We dansen meestal in rijen van een man of vijf. Je ziet vaker mensen in het begin een beetje zenuwachtig naar de achterste rij schuifelen. Zonder te beseffen dat tijdens de dans gedraaid wordt en ze dan opeens vooraan staan”, lacht Ada.

Countrydansen is iets voor alle leeftijden, maar Ada richt zich voornamelijk op de iets ouderen. “Vanaf begin veertig. Jongeren dansen veel sneller, met meer draaien. Dat tempo is te hoog om het algemeen te houden.”

Vandaar de focus op met name vijftigplussers. Het leverde de intussen 51-jarige dansleidster vorig jaar behoorlijk wat commentaar op. “Dan dollen ze je. Krijg je dingen als ‘nu hoor je er eindelijk bij’ naar je hoofd. Of ‘dat is je leeftijd’ als je eens iets vergeet. Maar op een leuke manier”, betoogt Ada. “Ik ga gewoon op naar de honderd!”